Het verhaal van Amy (4)

Op school een gemiddeld meisje, thuis een kind dat steeds ongelukkiger wordt

Hoogbegaafdheid herken je niet altijd aan uitzonderlijke schoolprestaties. Soms laat een kind juist het tegenovergestelde zien. Het verhaal van Amy laat zien hoe een grote ontwikkelingsvoorsprong verborgen kan blijven achter aangepast gedrag, gemiddelde toetsresultaten en ogenschijnlijke moeite met eenvoudige opdrachten.

Eindelijk naar school!

Amy is vier jaar en kan niet wachten om naar de basisschool te gaan. Ze is nieuwsgierig, stelt graag vragen en kijkt enorm uit naar alles wat ze op school gaat ontdekken. Eindelijk mag ze naar die plek waar grote kinderen naartoe gaan. Een plek waar ze nieuwe dingen gaat leren, vriendjes kan maken en de wereld verder kan ontdekken.

Voor haar ouders is Amy eigenlijk altijd een heel gewoon kind geweest. Als baby en peuter viel ze niet bijzonder op in haar ontwikkeling. Ze ontwikkelde zich zonder dat haar ouders daar een grote voorsprong in herkenden. Wel had Amy van jongs af aan een opvallend filosofische inslag. Ze kon eindeloos vragen stellen over het ontstaan van het leven, over de dood en over de plek van de aarde in het enorme heelal. Vragen waar ook volwassenen niet altijd zomaar een antwoord op hebben. Haar ouders waren eraan gewend geraakt. Zo was Amy nu eenmaal: een meisje dat veel nadacht en alles wilde begrijpen. Ze hadden er nooit veel meer achter gezocht.

Het enthousiasme verdwijnt

Het enthousiasme waarmee Amy aan haar schooltijd begint, verdwijnt al snel als sneeuw voor de zon. Waar ze eerst stond te popelen om naar school te gaan, wil ze nu het liefst thuisblijven. Het afscheid bij de klas wordt iedere ochtend een strijd. Amy klampt zich vast aan haar moeder, huilt en weigert naar binnen te gaan. Met veel geduld en doorzettingsvermogen lukt het na verloop van tijd om het afscheid wat soepeler te laten verlopen. Amy gaat uiteindelijk zonder grote scènes naar binnen, maar wel met grote tegenzin. Van het enthousiaste meisje dat zo graag naar school wilde, is weinig meer over.

Ondertussen geeft Amy thuis aan dat ze graag wil leren lezen. Een bijzondere ontwikkeling, maar voor haar ouders vooral iets wat vanzelf ontstaat vanuit haar nieuwsgierigheid en waar ze als vanzelf bij aansluiten. Wanneer Amy haar eigen leesboekje van thuis meeneemt naar school, krijgt ze van de juf te horen dat het boekje weer in haar tas mag. Het is niet iets wat op dat moment bij de activiteiten hoort. Amy bergt haar boekje op. En vanaf dat moment stopt ze ook met leren lezen. Voor haar omgeving was het misschien een klein, onbeduidend voorval. Maar achteraf bleek het een eerste aanwijzing voor iets wat steeds duidelijker zou worden: Amy voelt feilloos aan wat er op school van haar word verwacht en past zich daaraan aan. Zelfs als dat betekent dat ze niet meer laat zien wat ze eigenlijk al kan.

Op school gaat het toch prima?

Wanneer Amy’s ouders hun zorgen uiten over hoe het met Amy gaat, herkennen de leerkrachten die niet direct. In de klas zien zij namelijk een heel ander meisje. Amy is rustig, vriendelijk en meegaand. Ze doet netjes mee met de activiteiten, valt niet op in de groep en lijkt haar draai prima te hebben gevonden. Ze maakt haar werkjes en doet wat er van haar wordt gevraagd.

Er zijn wel wat kleine bijzonderheden. Zo doolt Amy vaak alleen rond op het schoolplein en lijkt ze vooral te observeren. Wanneer een kind valt is ze er snel bij en is ze opvallend empathisch. Tijdens de werkjes moet Amy opvallend vaak naar het toilet en blijft daar dan soms erg lang. Ook heeft ze regelmatig kleine ongelukjes. Verder lijkt er op school weinig aan de hand.

Thuis zien haar ouders ondertussen een heel andere kant van Amy. Amy was altijd al koppig, maar heeft nu in toenemende mate ook last van woedeaanvallen. Kleine gebeurtenissen kunnen ineens tot enorme uitbarstingen leiden. Ook thuis ontstaan problemen met plassen, terwijl dit eerder geen bijzonder aandachtspunt was. Haar ouders herkennen hun dochter nauwelijks terug. Het vrolijke, nieuwsgierige meisje dat ze kennen, lijkt steeds verder uit beeld te verdwijnen.

Hoe kan het dat Amy op school zo rustig en aangepast is, terwijl ze thuis steeds meer vastloopt?

Zou Amy misschien hoogbegaafd zijn?

Amy’s ouders gaan op zoek naar antwoorden. Ze lezen veel over de ontwikkeling van jonge kinderen en komen daarbij ook informatie tegen over hoogbegaafdheid. Sommige dingen zijn herkenbaar. De ouders komen erachter dat Amy als baby en peuter sommige ontwikkelingsmijlpalen toch eerder liet dan als gemiddeld wordt gezien, maar wat vooral opvalt is dat ze op zeer jonge leeftijd al diep nadacht over de wereld. Haar filosofische vragen, haar nieuwsgierigheid en de manier waarop ze contact zocht met oudere kinderen krijgen ineens een andere betekenis. Ook het feit dat Amy op vierjarige leeftijd zelf begon met lezen, lijkt achteraf misschien toch minder vanzelfsprekend dan haar ouders destijds dachten.

Voorzichtig bespreken ze met school of er misschien sprake zou kunnen zijn van hoogbegaafdheid. Maar op school wordt die mogelijkheid niet herkend. Amy laat immers geen opvallende cognitieve voorsprong zien. Integendeel: bij de eerste kleutertoetsen behaalt ze heel gemiddelde resultaten. Ook lijkt ze regelmatig moeite te hebben met de werkjes die ze krijgt aangeboden. Soms begrijpt ze niet goed wat ze moet doen en heeft ze meer uitleg nodig dan andere kinderen. Amy is bovendien een novemberkind. Wanneer in maart haar ontwikkeling wordt besproken, opperen de leerkrachten voorzichtig dat een extra jaar kleuteren misschien goed voor haar zou kunnen zijn als haar ontwikkeling zo blijft verlopen. In hun ogen zien ze vooral een jong meisje dat nog wat tijd nodig heeft om te rijpen.

Voor Amy’s ouders voelt dit helemaal niet passend. Buiten school zoekt Amy juist aansluiting bij oudere kinderen. In de omgang met leeftijdsgenootjes merken ze regelmatig dat Amy andere interesses en verwachtingen heeft. Een extra jaar kleuteren? Het voelt voor hen alsof Amy daarmee juist nog verder verwijderd zou raken van de aansluiting die ze zo hard nodig heeft. Toch is het lastig om hun zorgen duidelijk te maken. De school ziet een gemiddeld functionerend meisje dat op sommige gebieden zelfs wat moeite lijkt te hebben. Haar ouders zien een kind dat ongelukkig is en steeds verder vastloopt.

In de vakantie komt Amy weer tot leven

Dan breekt de zomervakantie aan. Langzaam maar zeker verandert Amy. De spanning lijkt uit haar lijf te verdwijnen. De woedeaanvallen nemen af en haar ouders zien steeds vaker het vrolijke, nieuwsgierige meisje dat ze van vroeger kennen. Amy komt weer tot leven. Het verschil is zo duidelijk dat het voor haar ouders steeds moeilijker wordt om te geloven dat er niets aan de hand is op school.

Wanneer Amy na de zomer in groep 2 begint, hopen haar ouders dat het dit jaar anders zal gaan. Misschien heeft ze gewoon moeten wennen. Misschien is ze inmiddels wat ouder en kan ze beter omgaan met de schooldagen. Maar al snel keren de problemen terug. De spanning loopt opnieuw op. Thuis nemen de emotionele uitbarstingen toe en Amy wordt steeds ongelukkiger. Tot ze op een dag iets zegt wat haar ouders diep raakt: dat ze misschien maar beter dood kan zijn.

Voor haar ouders is dit het moment waarop ze weten dat er iets moet veranderen. Wat er ook precies aan de hand is, hun dochter zit duidelijk niet goed in haar vel. Ze besluiten een begaafdheidsonderzoek aan te vragen. Niet omdat ze koste wat kost willen aantonen dat Amy hoogbegaafd is, maar omdat ze willen begrijpen waarom hun dochter zo vastloopt. Ze willen weten wat Amy nodig heeft om weer gelukkig te kunnen zijn.

Een uitslag die alles in een ander licht zet

Uit het onderzoek komt een opvallend resultaat. Amy behaalt op de KIQT+ een IQ-score van 148. Amy blijkt zeer hoogbegaafd te zijn. Voor haar ouders vallen ineens veel puzzelstukjes op hun plek. Maar de uitslag roept ook een belangrijke vraag op.

Hoe kan een meisje dat zo hoog scoort op een intelligentieonderzoek, op school gemiddelde toetsresultaten halen en zelfs moeite lijken te hebben met eenvoudige kleuterwerkjes? Het antwoord blijkt voor een belangrijk deel te liggen in de manier waarop Amy denkt. Amy denkt razendsnel, legt bijzondere verbanden en bekijkt situaties vanuit verschillende invalshoeken. Ze denkt vaak veel verder dan de opdracht die voor haar ligt.

Waar een leerkracht een eenvoudige, afgebakende opdracht geeft, ziet Amy allerlei mogelijkheden, uitzonderingen en interpretaties. Wat voor andere kinderen vanzelfsprekend is, hoeft dat voor Amy helemaal niet te zijn. Ze kan daardoor juist vastlopen op opdrachten die voor de meeste kinderen eenvoudig zijn. Niet omdat ze het niet kan, maar omdat ze niet begrijpt welk antwoord er precies van haar wordt verwacht. Haar denken past niet altijd binnen de kaders van de opdracht. En omdat niemand zich realiseert hoe ver Amy buiten die kaders denkt, lijkt het alsof ze de opdracht niet begrijpt. Haar werkelijke mogelijkheden blijven daardoor grotendeels onzichtbaar.

Ook het voorval met haar leesboekje krijgt achteraf een andere betekenis. Amy had thuis zelf de eerste stappen in het lezen gezet, maar toen daar op school geen ruimte voor bleek, liet ze het lezen weer los. Niet omdat ze het niet kon, maar mogelijk omdat ze had begrepen dat het niet was wat er op dat moment van haar werd verwacht.

Als andere kinderen niet denken zoals jij

Tijdens het onderzoek en de gesprekken die volgen, wordt duidelijk dat Amy niet alleen cognitief, maar ook op sociaal gebied op een aantal punten ver voorloopt op haar leeftijdsgenoten. En juist dat zorgt bij Amy voor veel verwarring en verdriet.

Amy heeft bijvoorbeeld al een goed overzicht van de week. Ze weet op welke dagen ze naar school gaat, wanneer er zwemles is en wanneer er tijd is om af te spreken. Wanneer ze met een vriendinnetje afspreekt om woensdagmiddag te spelen, gaat ze ervan uit dat haar vriendinnetje net zo goed als zij weet of dat mogelijk is. Maar veel kinderen van vier of vijf jaar hebben dat overzicht nog helemaal niet. Ze kunnen nog niet zelfstandig overzien op welke dag de zwemles is en wat dat betekent voor een afspraak.

Als een vriendinnetje enthousiast zegt dat ze woensdag komt spelen, bedoelt ze op dat moment oprecht dat ze dat graag wil. Pas thuis blijkt dat ze die middag helemaal niet kan omdat ze zwemles heeft. Voor Amy is dat onbegrijpelijk. Ze hadden het toch afgesproken? Haar vriendinnetje wist toch dat ze op zwemles zat? Dat het andere meisje de week nog niet kan overzien en simpelweg niet heeft beseft dat de zwemles op woensdag valt, komt niet bij Amy op. In haar beleving wist haar vriendinnetje dat heus wel. En dus voelt het niet als een onschuldige vergissing, maar als het niet nakomen van een belofte. Soms ervaart Amy het zelfs als een bewuste afwijzing.

Hetzelfde gebeurt wanneer een ander kind besluit toch liever met iemand anders te gaan spelen en daarom een eerder gemaakte afspraak afzegt. Voor jonge kinderen kan zo’n verandering heel vanzelfsprekend zijn. Ze leven sterk in het moment. Wat gisteren een leuk idee was, kan vandaag plaatsmaken voor iets anders. Maar voor Amy is een afspraak een afspraak. Zij heeft erover nagedacht, er rekening mee gehouden en zich erop verheugd. Dat een ander kind zomaar besluit de afspraak niet na te komen, raakt haar diep. En wat ze misschien nog wel moeilijker vindt, is dat de ouders van dat kind dit toestaan. Dat een leeftijdsgenootje zich niet aan een afspraak houdt, vindt Amy al erg genoeg. Maar dat volwassenen, van wie zij verwacht dat ze begrijpen hoe belangrijk afspraken zijn, daarin meegaan, kan ze helemaal niet bevatten. Zij zouden toch beter moeten weten?

Voor Amy gaat het niet alleen om een middagje spelen dat niet doorgaat. Het raakt aan iets wat voor haar veel groter is: betrouwbaarheid, eerlijkheid en het nakomen van afspraken. Ze begrijpt niet waarom anderen daar zo gemakkelijk mee omgaan. Wat Amy nog niet kan overzien, is dat haar eigen manier van denken niet vanzelfsprekend is voor kinderen van haar leeftijd. Zij verwacht van haar vriendjes en vriendinnetjes eenzelfde overzicht, verantwoordelijkheidsgevoel en vermogen om vooruit te denken als ze zelf heeft. Wanneer zij daar niet aan voldoen, voelt Amy zich keer op keer diep gekwetst. Niet omdat de andere kinderen haar bewust pijn willen doen, maar omdat Amy hun gedrag interpreteert vanuit haar eigen mogelijkheden en verwachtingen. Zo ontstaat er een pijnlijke mismatch. Amy zoekt aansluiting bij haar leeftijdsgenoten, maar loopt steeds opnieuw tegen verschillen aan die zij zelf nog niet kan begrijpen.

Eindelijk begrijpen wat Amy nodig heeft

Met de inzichten uit het onderzoek ontstaat er ruimte om anders naar Amy te kijken. Haar gedrag blijkt geen kwestie van onwil, onvoldoende rijping of een gebrek aan mogelijkheden. Er is sprake van een grote mismatch tussen wat Amy nodig heeft en wat haar omgeving haar op dat moment biedt. Dat betekent niet dat alle problemen ineens zijn opgelost. Amy heeft inmiddels veel spanning opgebouwd en moet opnieuw vertrouwen krijgen in school en in zichzelf. Maar er kan nu wel gericht worden gewerkt aan verandering.

Amy krijgt psycho-educatie: uitleg over haar eigen manier van denken en over de verschillen tussen haar en andere kinderen. Ze leert dat niet iedereen hetzelfde denkt als zij. Dat andere kinderen soms nog niet kunnen overzien wat zij al wel begrijpt. Dat een afspraak afzeggen niet altijd betekent dat iemand haar bewust teleurstelt en dat wat voor haar logisch is, voor een ander kind nog helemaal niet logisch hoeft te zijn. Ze leert ook dat haar gevoelens er mogen zijn. Dat ze verdrietig of boos mag zijn wanneer een afspraak niet doorgaat, maar dat de bedoelingen van de ander anders kunnen zijn dan zij denkt. Dat inzicht helpt Amy om sociale situaties beter te begrijpen en minder persoonlijk op te vatten.

Ook op school worden stappen gezet. Amy krijgt een versnelling en een aangepast onderwijsprogramma dat beter aansluit bij haar cognitieve mogelijkheden. Er komt meer ruimte voor uitdaging, voor haar manier van denken en voor het ontdekken van wie ze is. Langzaam maar zeker vindt Amy haar plek. School wordt weer een omgeving waarin ze kan groeien, in plaats van een plek waar ze vooral probeert zich aan te passen.

Wat het verhaal van Amy ons leert

Bij hoogbegaafdheid denken we vaak aan kinderen die voorlopen met lezen, rekenen of schrijven. Kinderen die alles meteen begrijpen, hoge scores halen en zichtbaar meer weten dan hun leeftijdsgenoten. Maar hoogbegaafdheid heeft veel verschillende gezichten. Sommige hoogbegaafde kinderen vallen juist helemaal niet op door hun prestaties. Ze passen zich aan, laten niet zien wat ze kunnen of lopen vast op opdrachten die onvoldoende aansluiten bij hun manier van denken. En soms wordt hun ontwikkelingsvoorsprong zelfs aangezien voor een ontwikkelingsachterstand.

Het verhaal van Amy laat ook zien dat een cognitieve voorsprong niet automatisch betekent dat een kind de verschillen tussen zichzelf en anderen begrijpt. Amy kon al nadenken over het ontstaan van het leven en de plek van de aarde in het heelal, maar kon zich nog niet voorstellen dat haar leeftijdsgenootjes iets ogenschijnlijk eenvoudigs als een weekplanning niet konden overzien. Juist doordat Amy op bepaalde gebieden zo ver vooruitliep, was het voor haar moeilijk om te begrijpen wat andere kinderen nog niet konden. En terwijl de buitenwereld vooral een rustig, meegaand meisje zag dat soms moeite had met haar werkjes, speelde zich vanbinnen een heel andere werkelijkheid af.

Het verhaal van Amy laat zien hoe belangrijk het is om verder te kijken dan toetsresultaten en het gedrag dat een kind in de klas laat zien. Een kind dat op school rustig meedoet, kan vanbinnen enorm worstelen. En een kind dat moeite heeft met eenvoudige opdrachten, hoeft niet per definitie meer oefening of extra rijping nodig te hebben. Soms heeft een kind geen eenvoudigere opdrachten nodig, maar iemand die begrijpt hoe complex het denkt. Voor Amy maakte dat inzicht een wereld van verschil. Niet omdat haar IQ-score veranderde wie ze was, maar omdat haar omgeving eindelijk begon te begrijpen wie ze al die tijd was.

 

Dit verhaal is gebaseerd op een praktijksituatie. Amy is een fictieve naam en enkele details zijn aangepast om de privacy te beschermen. Het verhaal illustreert één van de vele manieren waarop hoogbegaafdheid zich kan uiten. De beschreven signalen zijn niet op zichzelf kenmerkend voor hoogbegaafdheid en kunnen ook andere oorzaken hebben.

 

Herken je bepaalde signalen bij je eigen kind en wil je meer inzicht krijgen in wat er speelt en wat je kind nodig heeft? Ontdek dan wat BreinPlus voor jullie kan betekenen en bekijk ons onderzoeksaanbod.