Hoogbegaafdheid of een stoornis? Over misdiagnoses bij hoogbegaafden
Ouders van hoogbegaafde kinderen horen soms al op jonge leeftijd dat hun kind mogelijk ADHD, autisme, een angststoornis of een oppositionele gedragsstoornis heeft. Hoewel deze diagnoses uiteraard daadwerkelijk kunnen voorkomen bij hoogbegaafde kinderen, is het belangrijk om te beseffen dat kenmerken van hoogbegaafdheid soms sterk kunnen lijken op symptomen van psychische problematiek.
De Amerikaanse psycholoog James T. Webb was een van de eersten die uitgebreid aandacht vroeg voor het risico op misdiagnoses. Volgens Webb kunnen sommige kenmerken van hoogbegaafdheid ten onrechte worden geïnterpreteerd als tekenen van een stoornis, terwijl ze in werkelijkheid voortkomen uit de manier waarop hoogbegaafde kinderen denken, leren en de wereld ervaren.
Wat bedoelen we met een misdiagnose?
Een misdiagnose ontstaat wanneer gedrag wordt verklaard vanuit een psychische stoornis, terwijl er eigenlijk een andere verklaring beter past. Bij hoogbegaafde kinderen kan dit gebeuren wanneer professionals onvoldoende bekend zijn met de kenmerken van hoogbegaafdheid. Gedrag dat buiten de norm valt, wordt dan soms geïnterpreteerd als problematisch, terwijl het mogelijk een uiting is van een ontwikkelingsvoorsprong, sterke nieuwsgierigheid of een grote behoefte aan uitdaging.
Dat betekent niet dat hoogbegaafde kinderen geen psychische problemen kunnen hebben. Integendeel: hoogbegaafdheid sluit een diagnose niet uit. Het risico zit vooral in het onvoldoende onderzoeken van alternatieve verklaringen.
Waarom lijken hoogbegaafdheid en psychische problematiek soms op elkaar?
Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich vaak asynchroon. Hun cognitieve ontwikkeling kan verder vooruitlopen dan hun sociale, emotionele of motorische ontwikkeling. Daardoor kunnen zij gedrag laten zien dat voor hun kalenderleeftijd ongebruikelijk lijkt:
- veel vragen stellen;
- regels kritisch bevragen;
- gevoelig reageren op onrecht;
- moeite hebben met routinewerk;
- intense emoties laten zien;
- zich vervelen in de klas;
- sociale aansluiting missen.
Wanneer deze gedragingen los van de context worden bekeken, kunnen ze soms lijken op symptomen van een stoornis.
Hoogbegaafdheid en ADHD
Een van de bekendste voorbeelden is ADHD. Een kind dat niet oplet tijdens de les, voortdurend afgeleid lijkt of snel door opdrachten heen werkt, kan op het eerste gezicht ADHD-kenmerken laten zien. Bij sommige hoogbegaafde kinderen blijkt echter dat de concentratieproblemen vooral zichtbaar zijn wanneer de leerstof onvoldoende uitdagend is. Het beeld verandert soms volledig wanneer een kind wél wordt aangesproken op zijn of haar niveau.
Tegelijkertijd is het belangrijk te beseffen dat hoogbegaafdheid en ADHD wel degelijk samen kunnen voorkomen. We spreken dan van een dubbel bijzondere leerling (twice exceptional of 2e).
Hoogbegaafdheid en autisme
Ook autisme en hoogbegaafdheid kunnen oppervlakkig gezien overeenkomsten vertonen. Sommige hoogbegaafde kinderen:
- hebben zeer specifieke interesses;
- geven de voorkeur aan gesprekken met oudere kinderen of volwassenen;
- voelen zich anders dan leeftijdsgenoten;
- houden van structuur en voorspelbaarheid;
- besteden veel tijd aan hun interesses.
Deze kenmerken betekenen echter niet automatisch dat sprake is van autisme. Bij autisme spelen specifieke kenmerken rondom sociale communicatie, sociale wederkerigheid en flexibiliteit die niet eenvoudig verklaard kunnen worden vanuit hoogbegaafdheid alleen.
Hoogbegaafdheid en angst
James Webb beschreef ook dat hoogbegaafde kinderen soms intens kunnen reageren op maatschappelijke problemen, existentiële vragen of morele dilemma’s. Een kind dat zich veel zorgen maakt over oorlog, klimaatverandering, dood of onrecht kan daardoor angstig lijken.
In sommige gevallen is er daadwerkelijk sprake van een angststoornis. In andere gevallen gaat het vooral om een kind dat vroeg nadenkt over complexe thema’s en daarbij ondersteuning nodig heeft om deze gedachten te verwerken.
De valkuil van contextloos kijken
Volgens Webb ontstaat een belangrijk deel van de misdiagnostiek doordat gedrag wordt beoordeeld zonder rekening te houden met de context. Een kind dat voortdurend door de klas praat, kan storend gedrag vertonen. Maar de vraag is waarom dat gebeurt.
- Is er sprake van impulsiviteit?
- Is het kind onderprikkeld?
- Begrijpt het kind de lesstof al?
- Probeert het contact te maken met ontwikkelingsgelijken?
- Speelt er iets anders?
Hetzelfde gedrag kan verschillende oorzaken hebben.
Goede diagnostiek begint daarom niet bij een label, maar bij het begrijpen van het gedrag.
Hoogbegaafdheid én een diagnose kunnen naast elkaar bestaan
Een belangrijk misverstand is dat hoogbegaafdheid en psychische problematiek elkaar zouden uitsluiten. Dat is niet zo.
Hoogbegaafde kinderen kunnen net als andere kinderen ADHD, autisme, angststoornissen, stemmingsproblemen of andere psychische klachten ontwikkelen. Soms zijn deze problemen zelfs moeilijker te herkennen omdat hoge cognitieve capaciteiten bepaalde moeilijkheden kunnen maskeren. Daarom is zorgvuldige diagnostiek essentieel.
Bij Breinplus vinden wij het belangrijk om gedrag altijd in de juiste context te bekijken. Hoogbegaafdheid is geen stoornis, maar kan wel invloed hebben op hoe een kind zich gedraagt, leert en ontwikkelt.
Wanneer er vragen zijn over aandacht, gedrag, sociaal functioneren of emotioneel welzijn, is het belangrijk om zowel naar mogelijke psychische problematiek als naar kenmerken van hoogbegaafdheid te kijken. Pas wanneer het volledige plaatje zichtbaar wordt, kan een passende verklaring en begeleiding worden gevonden.
Wil je jezelf of je kind aanmelden voor onderzoek of wilt u graag overleg?
Bel naar 06-48034300 (woensdag en vrijdag tussen 12.15 en 12.45) of stuur een e-mail naar info@breinplus.nl. Ik denk graag met u mee over welk onderzoek het beste aansluit bij uw vraag.
